De Slag bij de Doggersbank
 
Op 10 mei 1724 werd in huize Kantwijk bij Reeuwijk Johan Arnold Zoutman geboren. Hij trad als adelborst op 13-jarige leeftijd in dienst van de admiraliteit van Amsterdam. Vijf jaar later werd hij luitenant en weer later commandeur. Stadhouder Willem IV benoemde hem in 1750 tot extra ordinarius Kapitein ter Zee; diens zoon, stadhouder Willem V, verhief hem tot supernumerair schout-bij-nacht. In die functie begeleidde hij met zijn smaldeel in 1781 een zestigtal koopvaardijschepen.

Slag bij de Doggersbank (olieverf op paneel, schilder onbekend)
 
 
 
 
 
In de buurt van de Doggersbank, een ondiepte in de Noordzee tussen Schotland, IJsland en Denemarken ontmoette hij een Engels smaldeel onder begeleiding van admiraal Parker die met een grote handelsvloot zwaar beladen vanuit de Baltische Staten richting Engeland voer. Het kwam tot een gevecht van zeven tegen zeven begeleidende schepen waarbij de kleine, goed wendbare Hollandse schepen in het voordeel bleken te zijn tegenover de logge Engelse schepen.
De Engelsen kozen het hazenpad nadat De Republiek een van haar schepen verloor. Na de zeeslag werd Zoutman bevorderd tot Viceadmiraal en kort voor zijn dood in 1793 tot Luitenant-admiraal van ‘Holland en Vriesland’.
Zoutman is bijgezet in het familiegraf van zijn echtgenote, Adriana van Heusden (dochter van de rentmeester van de Prins van Oranje) in de Geertruidskerk in Geertruidenberg.
In Museum 'De Roos' is te zijner ere een hoek ingericht met prenten, schilderijen en allerlei snuisterijen die herinneren aan de Slag bij de Doggersbank. In dezelfde vitrine bevindt zich een dichtbundel van de Bergse dichteres en tijdgenote Juliana de Lannoy met het lofdicht ‘Eerzang voor ’s Lands Verdedigers’, een eerbetoon aan Zoutman en zijn medestrijders.