De geschiedenis van Geertruidenberg

Geertruidenberg, vernoemd naar de heilige Gertrudis die leefde in de 7e eeuw, had in het verre verleden een zgn. ‘droge voeten’- verbinding met zowel het noorden als het zuiden, reden waarom zowel de graaf van Holland als de hertog van Brabant aanspraak maakte op de strategisch (op een schiereiland) gelegen nederzetting. Vanaf het moment in 1213 dat Graaf Willem I van Holland, leenman van de Duitse keizer, Geertruidenberg (stads)rechten verleende, hoorde het stadje bij het graafschap Holland en speelde het een rol op ‘Europees’ niveau. ‘Den Berg’ kon zich echter ook op binnenlands niveau niet aan de strijd - o.a. met Dordrecht tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten - onttrekken. Het gebied dat nu Nederland heet en vrij veilig door dijken, duinen en zeeweringen beschermd wordt tegen de zee en de rivieren lag toen nog open voor elke vorm van watergeweld. Door de Sint Elisabethsvloed in 1421 werd de economie van Geertruidenberg ernstig getroffen omdat het achterland, de Grote - of Zuid-Hollandse Waard - volledig onder water kwam te staan en ter plaatse De Biesbosch ontstond. Geertruidenberg werd geografisch afgesloten van het graafschap en verloor snel haar grootste bron van inkomsten. Ongeveer een eeuw later ontdekte men de grote visrijkdom in het ondergelopen land en op basis van oude rechten trok de stad die handel naar zich toe.In 1515 was het Hollandse Huis door huwelijk en vererving via het Henegouwense, Beierse, Bourgondische en Oostenrijkse Huis in Duits-Spaanse handen gekomen. In diezelfde periode bevestigde Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkapel in Wittenberg; zijn standpunten leidden tot een scheuring in de Rooms-katholieke kerk en uiteindelijk tot de Tachtigjarige Oorlog(1568 - 1648), een pure godsdienstoorlog. Al vóór het uitbreken van de oorlog was de vervolging van ketters begonnen waarna Alva de Raad van Beroerten (de Bloedraad) oprichtte, die zonder enige vorm van rechtspraak mensen veroordeelde en ter dood bracht. Een en ander leidde in 1566 tot het Smeekschrift der Edelen en, toen dat genegeerd werd, tot de Beeldenstorm. Prins Willem van Oranje verloor bij vonnis van de Raad van Beroerten in 1568 de Heerlijkheid Geertruidenberg. Vijf jaar later liet de Vader des Vaderlands de stad heroveren waarna hij aan Simon Stevin opdracht gaf de verdediging van Geertruidenberg te optimaliseren door aanleg van uitgelegde vestingwerken, bestaande uit bastions, wallen en grachten.


In 1581 tekenden de edelen het Plakkaat van Verlatinghe : Philips V werd afgezet en de Nederlanden verklaarden zich onafhankelijk onder leiding van Prins Willem van Oranje die echter een paar jaar later, in 1584, werd vermoord. De steun die de edelen daarna bij Engeland zochten was geen succes en in 1588 verklaarden de Staten Generaal de macht aan het volk waardoor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een feit werd. Kort daarna verkochten de nog in de stad aanwezige Engelse soldaten en hun handlangers, de zgn.‘Bergverkopers’, de stad aan de Spaanse hertog van Parma in ruil voor achterstallig soldij en een vrije aftocht. Na de herovering in 1593 door Maurits, zoon van Willem van Oranje, was de rol van Geertruidenberg op het internationale toneel zo goed als uitgespeeld. Dordrecht was groter en welvarender geworden en in de noordelijke Nederlanden begon de Gouden Eeuw met Amsterdam als handels- en cultuurcentrum. Het was de tijd van Rembrandt van Rhijn, Johannes Vermeer en Jan Steen. De filosoof Descartes verbleef in de Republiek en roemde de vrijheid van geweten en de vrijheid van drukpers. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (1602 - 1799) bevoer de oceanen en bracht de meest exotische handelswaar mee. De Vrede van Munster, die in 1648 een einde maakte aan de 80-jarige oorlog, werd tussen 1652 en 1674 gevolgd door drie Engelse (zee)oorlogen; zowel de Republiek als Engeland wilden de hegemonie op zee. In Geertruidenberg was het betrekkelijk welvarend en rustig. Rooms-katholieken en protestanten leefden relatief vreedzaam naast elkaar en af en toe werd er een garnizoen in de stad gelegerd, maar dat nooit voor lang.In 1702, na de dood van stadhouder Willem III, (tevens koning van Engeland) begonnen de Staten Generaal met Engeland, Pruisen en Hannover de ‘Spaanse Successieoorlog’ een oorlog tegen de Franse Lodewijk XIV.
In 1709 waren er tussentijdse vredesonderhandelingen in Geertruidenberg, niet omdat de stad zo belangrijk was, maar omdat de Staten de Fransen niet verder dan de grensplaats wilden toelaten. De onderhandelingen mislukten.
 
 

 

De vierde Engelse oorlog (1780 - 1784) was waarschijnlijk helemaal aan Geertruidenberg voorbij gegaan, ware het niet dat Johan Arnold Zoutman, de Viceadmiraal die in 1781 een Engels smaldeel bij de Doggersbank versloeg, getrouwd was met de dochter van de rentmeester van de Prins van Oranje in het toen circa 1300 zielen tellende Geertruidenberg.  Zoutman - een tijdgenoot van Juliana de Lannoy - werd na zijn dood in de Geertruidskerk begraven. De Republiek verloor de oorlog en veel handelaren vertrokken naar Londen, een stad met meer mogelijkheden dan Amsterdam. Een keerpunt in de geschiedenis van de Republiek was de Franse Tijd, die begon aan het einde van de 18e eeuw, gevolgd door het bewind van Napoleon.

In 1793 stond een groot Franse leger voor Geertruidenberg, de stad gaf zich over maar op last van de Prins van Oranje werd de stad weer ingenomen. De Fransen kwamen met meer succes terug in de winter van 1795 toen het ijs op de Donge één meter dik was. (Zie de schilderijen van Mari ten Kate.) Napoleon heeft door de hervormingen die hij invoerde een groot deel van Europa voorbereid voor de Moderne tijd. Na zijn verlies in de Slag bij Waterloo (1815) werd hij voorgoed verbannen. Dit was niet alleen het einde van de Franse tijd in de Republiek der Verenigde Nederlanden, maar ook het einde van Geertruidenberg als Hollandse vestingstad met een strategische functie. Niet alleen hadden de Fransen de stad al haar voorrechten (en dus inkomsten) afgenomen, ze hadden aan de overkant van de Donge een deel van de doorgaande ‘bestrate’ weg, in die tijd een unicum, van Parijs via Antwerpen naar Amsterdam aangelegd, de huidige Keizersdijk in Raamsdonksveer. Vanaf 1813 begon onder koning Willem I het Koninkrijk der Nederlanden waarin ‘Den Berg’ landelijk nauwelijks meer een rol speelde. In Engeland was de Industriële Revolutie begonnen die de Westerse landen een geweldige technologische voorsprong bracht. Geertruidenberg werd bij een opdeling in provincies in 1815 ondergebracht bij de provincie Noord-Brabant.In 1885 werd de spoorlijn van ’s Hertogenbosch via Geertruidenberg naar Lage Zwaluwe aangelegd als onderdeel van een landelijk spoornetwerk; de zuidelijke wal van de vestingwerken moest daarvoor geslecht worden. In en na de Eerste Wereldoorlog - Nederland was neutraal - vestigden zich verschillende industrieën in de gemeente. De grootste werkgever was de Provinciale Noord-Brabantse Elektriciteits Maatschappij (PNEM) in 1920. Daarna volgden de armoede van de jaren dertig en in 1939 de mobilisatie met de Tweede Wereldoorlog als gevolg. Geertruidenberg werd door de Duitsers ingenomen op 13 mei 1940; Duitse soldaten werden bij Bergse gezinnen ingekwartierd en in de vestingwallen werden loopgraven gemaakt. De Joden, voor zover nog niet gevlucht of ondergedoken, werden gevangen genomen en vermoord. In 1944 (de bevrijding van Zuid-Nederland) trokken de Duitsers zich terug en verwoestten tijdens hun vlucht o.a. de bruggen over de Amer en de PNEM. De wederopbouw bracht niet direct maar wel na verloop van tijd een behoorlijke welvaart onder alle lagen van de groeiende bevolking. Er ontstond woningnood waardoor er veel nieuwe huizen moesten worden bijgebouwd. Helaas, Geertruidenberg was nog steeds garnizoensstad en mocht daarom niet buiten de stadswallen bouwen, de stad moest met lede ogen aanzien dat de omliggende gemeenten zich uitbreidden. Pas in de jaren vijftig werd uitbreiding buiten de stadswallen toegestaan. Herhaaldelijk en gedurende zeer lange tijd is (vergeefs) getracht Geertruidenberg, Raamsdonksveer en Raamsdonk tot één gemeente samen te voegen; pas in 1997 is dat de politiek gelukt waardoor Geertruidenberg nu één van de drie kernen binnen de gemeente Geertruidenberg is. In 2013 viert Geertruidenberg dat het 800 jaar geleden haar Stadsrecht kreeg. ‘Hollands Oudste Stad’, ook wel ‘De sleutel van Holland’ genoemd, heeft rond de Markt en de straten die daarop uitkomen nog veel van haar oude allure bewaard. In Museum De Roos, voorheen de Stedelijke Oudheidkamer, getuigen veel voorwerpen - waaronder de Secco’s en het 14e eeuwse zwaard - van het interessante en rijke verleden.